CCSVI - Ze zeggen dat het nog steeds goed gaat!(18-4-2011) |
Ik ben 24 december 2010 gedotterd (de CCSVI, is verholpen) en nog steeds blijk ik ‘last’ te hebben van het placebo-effect. Last, nou ja, de gevolgen zijn er nog steeds merkbaar en zijn zichtbaar, zeggen ze. Ja, het is heel erg en ook ondankbaar dat ik niet zelf kan zeggen dat het nog steeds goed gaat. Anderen moeten tegen me zeggen “‘Wat loop je goed” of “Ga je nog steeds niet naar bed tussen de middag” of “Ben je alweer op de fiets, gebruik je Scooty niet meer” of “Wat zie je er goed uit”. Ze bedoelen daarmee niet dat ik dikker en ronder geworden ben, zo wordt dat meestal gebruikt, ik blijk een meer ontspannen uitdrukking in mijn gezicht te hebben en meer kleur op mijn wangen. |
Wat erg dat het went, het voelt verwend. Zo was het ook met ons nieuwe huis, iedereen die het zag was dolenthousiast en daardoor zag ik ook hoe mooi het was. Het was een keer zo dat ik bij mensen in een soortgelijk huis was en dat ik snel naar huis ging om te kijken of ons huis ook zo mooi en licht was. Thuis aangekomen vond ik ons huis nog mooier dan dat van de anderen. Ik vraag regelmatig aan Mart of aan de kinderen: “Was het nou zo erg met mij? Zou ik dit voor de behandeling ook gekund hebben?” . Het is heel bizar dat ik vergeet hoe het was toen mijn evenwicht nog zo ge(ver-)stoord was. Nu kan ik weer fietsen én omkijken (Omkijken… Hoewel ik dat niet teveel moet doen) en dat was onmogelijk voor de behandeling. |
Zelfs de vermoeidheid is niet meer voor te stellen. Ik ga ’s middags nog één á twee keer per week rusten. Ik maak mezelf wijs dat als ik dat gewild had voor die tijd ook gekund had. In mijn hoofd maak ik van mezelf een bedriegster, een aanstelster. Wat ik vergeet is dat ik de laatste paar jaar behoorlijk heb ingeleverd. Waar ik 5 jaar (bijna 6 jaar) geleden, nog 42 dagen met een tent op mijn Scooty, als een nomade rondtrok, zie ik me dat nu - zelfs na de behandeling - niet doen. Zo stond ik 4 jaar geleden nog kruiwagens grind te scheppen, ook dat zou me nu snel te zwaar zijn. Hoewel ..., ik heb pas nog het houten terras staan schrobben, niet helemaal, maar wel 6 m2. Best pittig, maar toch gedaan. |
Afgelopen week had ik een eetafspraak met een goede vriendin. Ik had haar ook al een aantal maanden niet meer gezien en ook haar vroeg ik: “Kun jij zien dat er iets veranderd is na de behandeling?”. Ze zei: “Nee, eerlijk gezegd niet, jij bent voor mij Tine en ik let er eigenlijk nooit zo op”. Dat zijn nog eens vriendinnen! |
Ik heb niet het idee dat ik nog steeds veranderingen ervaar ten gevolge van de dotterbehandeling. Wel denk ik dat ik weer net als voor de behandeling mijn grenzen opzoek. Eenieder die dat doet, met of zonder ms, zal dan ervaren dat hij/zij daardoor vaker moe is. Zo ook bij mij, ik kan meer doen voor ik moe ben en ik ben anders moe. Niet meer de ms-moeheid, dus niet die misselijkmakende en dagen durende vermoeidheid. Ik ben nu altijd fris en fruitig als ik een gewone nacht heb kunnen slapen nadat ik behoorlijk moe het bed in ging. Dat hoeft niemand mij niet te vertellen. |


