8 mei 2008 |
Santa Elena-La Fortuna |
Dag 6. Vandaag hebben we vroeg onze spullen gepakt en om 7.40 uur zaten we te ontbijten en daarna zijn we gaan rijden. We wisten dat we deze dag een rit van minstens 35 km over een onverharde weg zouden hebben. |
Ik had me erop voorbereid, het is geen onverdeeld genoegen om zo door elkaar te worden geschud. Ieder keer verbaasden we ons erover, dat dit dus een weg is waaraan mensen wonen en dus veel bestemmingsverkeer zoals vrachtwagens, (school)bussen en de mensen zelf moest. Ze wonen vaak in golfplaten huisjes, maar hebben wel een goede auto nodig om waar dan ook te komen. Deze wegen zijn de meeste stukken erbarmelijk slecht. Over die 35 km deden we minstens 2 uur. Af en toe stopten we om van het uitzicht te genieten en dan liep/struikelde ik honderd meter zodat ik even mijn benen kon strekken. Mart kwam me dan achterna met de auto en ik stapte weer in. De gaten waren soms wel 30 cm diep en overal lagen losse keien. |
Op een gegeven moment, na 25 km zagen we een bordje “waterfalls”. We besloten even te gaan kijken. Toen we bij de receptie aankwamen, stond er en man, midden 30, ons vrolijk toe te zwaaien. Toen we de auto neerzetten kwam hij op ons af en schudde ons de hand. Hij vertelde ons wat de mogelijkheden waren. We konden het verharde pad afrijden naar de tweede parkeerplaats en daar konden we een verharde route van 700 meter lopen naar de vier watervallen. Ik stelde meteen voor dat te doen. Ook wilde hij met ons meerijden, met zijn motortje, om ons een luiaard en een porcupine (het leek op een kruising tussen een varken en een beer) te laten zien. Het was duidelijk dat hij hartstikke trots was op zijn park. Toen we bij de luiaard stonden te kijken zagen we heel in de verte mensen lopen, hij wees aan dat waren zijn vader en broer en zijn hond “Tommie”. Toen we een stukje verder liepen, zagen we in de verte een waterval. Dat was de laatste zei hij. Ik was blij dat we nog een stuk met de auto mochten, want het leek me nog minstens 2 of 3 km verderop te liggen. Zijn vader en broer kwamen inmiddels met de auto aan en hij liep ze tegemoet met trots en blijdschap, dat was zo mooi om te zien. Hij nam ze mee naar ons, stelde ze voor, liet hen ook de porcupines zien en aaide zijn hond. Hij vertelde dat dit park van hem en zijn vader en broer was. Het was nu rustig, maar van december tot april was het wel drukker. |
We zwaaiden naar elkaar en Mart en ik reden naar de parkeerplaats een klein stukje verder. Daar begonnen we aan onze tocht. Deze 450 meter tot de derde waterval bestond uit treden, trappen en betonnen op/afstapjes en sommige waren afgebroken of weg en door zand overspoeld, kortom verhard maar het was één grote trap. Met de krukken nam ik ieder stap zeer zorgvuldig, want naast de treden was een schuine helling met losliggende stenen en zand. Toen we na veel zweten beneden aan kwamen hadden we wel waar voor ons geld/zweet, want het was er prachtig. We hadden onze badkleding meegenomen, maar de stenen waren te glad en het water was wel wat fris, maar we hebben heerlijk op een steen gezeten met de voeten in het water. We hadden onderweg al diverse hagedissen gezien, geweldig. Ook nu zagen er weer wat, tegen de stenen die dropen van het opspattende water. |
We genoten van de prachtige begroeiing rond en onder de waterval. Daarna kon de terugtocht beginnen. Het was erg warm, het was lang geleden dat ik zweette door inspanning, maar nu vroeg ik toch we echt veel van mezelf. Diverse keren vroeg ik Mart: ”Wil je niet liever voor me gaan lopen, dan houd ik je niet zo op.” Mart wilde daar niet van weten, hij had mij af en toe zien wankelen als ik weer een stap van 50 cm moest doen en tegelijkertijd langs een boom manoeuvreerde. Ik voel me som zo bewaard naar Mart, dat ik de boel zo ophoud. Maar Mart zegt dat het ook voordelen heeft. Hij neemt nu meer tijd om rond te kijken. Tijdens de trail zijn we geen andere mensen tegengekomen. Af en toe realiseerde ik me dat als mij of Mart iets zou gebeuren we goed de pineut zouden zijn. Dit zijn gedachten die alleen bij me opkomen als ik moe ben, dus… We deden er een uur over om weer boven te komen. |
Daarna zijn we verder gereden en begonnen aan een verharde weg, eerst nog een stuk met kuilen in het asfalt en de laatste 45 km reden we over een splinter nieuwe weg. Af en toe werd deze onderbroken met een stukje, 40 meter of zo, onverhard. |
Toen we bijna in La Fortuna waren stonden er ineens een stuk of 10 mensen aan de kant van de weg omhoog te kijken. Dus wij stopten en Mart ging kijken. Hij kwam terug en vertelde dat er allemaal apen in de bomen hingen. Ik ben ook even gaan kijken. Er zaten een stuk of 4 zwarte slingerapen (volwassenen) met drie kleintjes. Het was geweldig om te zien. Het was heel erg benauwd weer. Ik was blij dat we weer reden. |
Mart en ik verheugden ons op het 4 sterren hotel waar we naar toe zouden gaan. We werden niet teleurgesteld, we kregen een bungalow met een luxe uitstraling. Uitzicht op de vulkaan (maar hij ligt telkens in de wolken ) en een prachtige tuin eromheen. Een vogeltour door de tuin kost al 25 dollar, dus wij genieten zelf wel met de vogelkaart in onze handen. Nog voor Mart goed en wel binnen was stond ik al onder de douche. Toen hij onder de douche kwam lag ik heerlijk in mijn bedje met de airco aan. Sorry, moest even. |
Na een poosje gingen we eten. Een luxe restaurant, maar weinig groente, dus we bestelden er een extra salade bij, maar het meisje dacht dat Mart dat vooraf wilde eten. Ik zei dat tegen Mart, maar hij meende dat dat wel mee zou vallen. Toen het schaaltje niet meer voor zijn neus stond, kwam het meisje om te vragen of hij genoeg had. ”Nee,” zei hij, ”ik wacht nog op mijn kip.” Ik zag wel dat ze het nog niet begreep en zei dat. Toen kwam er een andere ober en die sprak Mart aan. Na ongeveer 1 uur had Mart zijn eten. Het meisje voelde zich duidelijk heel ongemakkelijk toen Mart haar negeerde. |
Om 22.00 uur was het buiten nog 28 graden. Even de airco aangezet, maar dat kunnen we niet over ons hart verkrijgen om die de hele nacht aan te laten. |


