5 mei 2008 |
Santa Elena - Canopytour en verhuizing | |
Weer werden we voor 5 uur klaarwakker. Vandaag hebben we afgesproken dat we de canopytour zouden gaan doen. Maar pas om 10.30 uur, want anders moesten we zo vroeg ontbijten, hadden we als versbakken toeristen bedacht. Hadden we nu toch maar de tour van 7.30 uur gedaan. We waren klaar wakker en hoorden onze buren, ook Nederlanders, het stikte van de Nederlanders. Zij waren ook al wakker en maakte zich om 5.30 uur gereed om te gaan ontbijten. De avond ervoor hadden we met andere Nederlandse buren gesproken en zij vertelden ons dat zij de dag ervoor al om 6.30 uur het bos in waren gegaan, voor een wandeling. Ze hadden veel dieren gezien. We moeten nog veel leren en afleren, ook al is het vakantie, je mag gerust vroeg opstaan en vroeg naar bed gaan. We namen ons voor om vanaf nu te accepteren dat we 5 uur wakker zouden zijn en ’s avonds om 20.30 uur of 21.00 uur op bed is prima. Om 18.00 uur is het hier stikdonker en om 5.00 uur klaarlicht, dus waarom zouden we geen gebruik maken van het daglicht. Scheelt ons misschien straks in de jetlag naar huis. | |
Het leek weer hard te waaien en dat associeerde ik weer met onze herfst, hier blijkt het veel en vaak hard te waaien, de Pacific stream, die tegen de berg op zijn invloed laat gelden. Maar met een temperatuur van 25/ 30 graden zorgt dat voor een heerlijk klimaat. Ik vroeg me in al mijn naïviteit af of het niet te hard waaide voor de canopytour. We gingen ontbijten en daarna zette Mart alle spullen in de auto en rekende af. Om 12.00 uur moesten we uitgecheckt zijn en dan waren we mogelijk nog niet terug. Om 10.00 uur ging ik alvast lopen, bij de ingang kwam ik een man tegen, hij was het hele pad aan het bladvrij maken met een bezem. Het is heel bizar om te zien dat een pad, dwars door de bush en steil omhoog, schoongeveegd werd. | |
Langzaam klom ik het pad van 400 meter omhoog, dat duurde een klein half uur. Thuis kan ik net 100 meter lopen? Het hoogteverschil was wel 100 meter. Toen ik net boven was kwam de rest van de groep. Iedereen had een gordel in de vorm van een broekje aan, met allemaal musketonhaken eraan. Het zag er heel professioneel uit, we kregen een helm op, de leider had al mijn spullen meegebracht. Er werd ons verteld dat we met kabels van het ene platform naar het andere zouden gaan over 1600 meter, negen verschillende platforms aan zouden doen en twee keer een afdaling langs een touw zouden maken. Het hele feestje zou ongeveer twee uur in beslag nemen. | |
Ik vond het leuk spannend, maar toen ik een plank van 30 cm zag waarover ik moest lopen, die schuin lag naar een platform, vond ik het wel wat griezelig. Mart wilde mijn krukken vasthouden, maar dat vond ik helemaal eng, terwijl ik er niets aan had, Mart stelde voor dat ik erover heen zou kruipen, maar voor ik er erg in had werd mijn hand vastgepakt en zette Mart mijn voeten op de plank en was ik boven. Met kloppend hart had ik mijn eerste hindernis genomen. Daarna werden we vastgekoppeld en kregen instructies waar we onze handen moesten houden. Eén hand vast aan de riem die van mijn gordel naar de kabel liep en de ander los om de kabel (we hadden handschoenen aan) in een rondje met duim en wijsvinger zodat de kabel erdoor kon glijden. Als we moesten remmen moesten we de hand op de kabel drukken. Ik voelde al dat dat waarschijnlijk voor mij niet weggelegd was. Aron, onze gids, maakte mij vast en gaf een brul naar zijn maat, Leon, op het andere platform, deze brulde terug en ik kon gaan. Af en toe bleef mijn voet haken en hing ik tussen hemel en aarde, gelukkig zag Mart waar mijn knelpunten zaten en gaf mijn voet ook een zet. Ik zwiepte naar de andere kant en Leo trok me op het platform, waar het dringen was. Om een boom was een constructie van ijzeren roosters van ongeveer 60 cm breed. Verder geen leuningen. Wel een touw waaraan we meteen gezekerd werden. Zo stond je boven in een boom, soms wel 35 meter hoog, met 8 man. Dat vond ik in het begin eng, ik kon me nergens echt aan vasthouden. Het was dat ook nog de bedoeling dat je opschoof naar de andere kant. Langzaam, voetje voor voetje, schoof ik door. Mart deed dit veel makkelijk, hij had daar niks van, zegt hij. Toen ik een beetje gewend was en we vier platforms verder waren, werden we aangehaakt en lieten we ons naar beneden zakken, de eerste keer zo’n 20 meter en de tweede keer 35 meter. Dat was appeltje eitje, zij remden ons af, wel een leuke sensatie. | |
Het ergste vond ik dat ik langs een trappetje van 30 cm breed zo’n 3 meter naar boven moest klimmen. Mijn rechter hand durf ik niet te vertrouwen, het zweet stond op mijn rug, ik kon wel janken. Toen ik bijna boven was vroeg ik Leo mijn hand vast te houden, hij begreep er niet veel van, maar samen zijn we er gekomen. | |
We vonden het een geweldige ervaring en hebben genoten. Toen we klaar waren moesten we nog zo’n 300 meter terug lopen. Ik was trots op mezelf dat ik dit toch weer gehaald had. Daarna zijn we naar ons nieuwe onderkomen gegaan, 2 km verderop. We kregen hier een huisje, met een klein keukentje met alles erop en eraan. |
Oprit naar de cabana |
Na wat te hebben uitgerust zijn we ’s middags nog naar een kikker- en vlinderverblijf gegaan. Dat doen we dus ook niet meer. Dan kunnen we beter thuis naar Artis gaan. We vinden het veel spannender om de dieren in het wild wel of niet tegen te komen. We hadden ’s avonds terug kunnen komen om de schemer of nachtdieren te gaan zien, maar daar hadden we geen puf meer voor, bovendien op de kikkerbeurs zagen we meer dan dat zij hier hadden in de diverse terraria. Daarna zijn we een supermarkt ingegaan en hebben pasta en saus voor die avond gekocht. Om 8 uur lagen we op bed. | |




