3 mei 2008 |
San José-Santa Elena | |
We waren al weer vroeg wakker. Uiteindelijk zijn we om 7 uur uit bed gegaan. We hoorden de vogels buiten en waren benieuwd hoe het er buiten uitzag. Toen we het gordijn open deden zagen we dat we uitkeken op een hoge heg met daarachter een weg. De vogel zag ik, toen ik mezelf in een rare bocht met mijn hoofd tegen het raam dwong. Een glanzende blauw zwarte vogel keek me brutaal aan. Ik vermoed dat hij de Costa Ricaanse familie van onze spreeuw was. | |
Ik voelde me wat licht in het hoofd, maar het viel me niet tegen hoe ik me voelde. We gingen naar de eetzaal, een soort serre met open deuren waardoor het zonnetje heerlijk naar binnen scheen, en deden ons tegoed aan de pinta (zwarte bonen met rijst), een soort röstikoekjes en meer van dit soort Midden Amerikaanse gerechtjes. Ik was vooral dol op de vruchtensappen en het fruit dat er in overvloed lag. |
|
We bleven zitten tot 10.15. Onze auto zou ongeveer om 10.30 gebracht worden. Maar toen we door de foyer liepen, zat de jongen die onze auto bracht al een klein half uur op ons te wachten. Hij was zeer voorkomend en leek op de hoogte van alle waarschuwingen die de potentiële autohuurders meekregen uit boekjes en reisgidsen. Dingen als: pas op, zorg dat je alle beschadigingen laat noteren, anders moet je die straks betalen, etc. Hij ging daar heel ontspannen mee om. Mart liet zich het geen twee keer zeggen en zag nog een krasje dat niet genoteerd stond. De jongen bood aan om ons te vertellen hoe we op de snelweg konden komen richting Monteverde. Mart meende dat hij de weg wel wist, maar de vorige avond konden we niet goed opletten, omdat Thomas alles aan het uitleggen was. Ik vroeg de jongen nog een keer te vertellen hoe we moesten rijden en dat deed hij. Het gevolg was dat nu maar een klein beetje verkeerd reden, Mart moest de eerste 10 km erg wennen aan de stijl van rijden hier. In Costa Rica hebben de meeste mensen geen autorijles gehad en leren elkaar allerlei truckjes, zoals: richtingaanwijzer naar links kan betekenen dat je kunt passeren als je erachter rijdt, maar het kan ook dat hij echt naar links wil, oranje betekent gas geven ook als je meent te moeten stoppen, voor je het weet zit de achterligger op je rug. Zeker in San José is het lastig rijden, geen wegbewijzering, een max. km van 40 km, maar iedereen rijdt harder. | |
We zaten na maar één keer vragen op de goede weg, de Panamerican Highway, de weg die dwars door Costa Rica gaat van Panama naar Nicaragua door naar Amerika loopt, soms een vierbaansweg, maar vaker tweebaans of éénbaans, en dat met hele grote vrachtauto’s, fietsers en wandelaars, de laatste twee mogen eigenlijk hier niet zijn, maar ja. Wat wenden we snel en reden we ontspannen. Een kopje koffie gedronken en ons op de hoogte gesteld van de gewoonte hier, koffie met melk betekent koffie met melkpoeder en water. Oei, je wilt wat en dan krijg je ook wat. Voor 1000 colon of 2 dollar waren we klaar. Tot dat er, na 80 km, ineens een verkeerslicht boven de weg hing. We zagen uit een onverharde zijweg veel auto’s vol families komen. Ik maakte een grapje: “Misschien is hier een pretpark!” dit was zeer onwaarschijnlijk daar er geen huis, aanwijzing of wat dan ook in de buurt leek. Een politieman stond aanwijzingen te geven en gaf aan dat we links af moesten, volgens de kaart moesten we over 10 km rechtsaf. We deden wat ons werd bevolen en reden een onverharde weg op. Dat was even wennen, een weg vol kuilen en grove stenen. We snapten niet waar we naartoe moesten (we konden maar één kant op) en reden onze voorganger achterna, om de kuilen en plassen, totdat hij uit het zicht was verdwenen, gelukkig kwam er een andere auto die ons met een behoorlijk vaartje passeerde. Daaruit maakten wij op dat we goed zaten. Af en toe passeerden we een dorpje. De dorpelingen hadden zijstraatjes afgezet met een stoel en daarop een bord met een pijl. Dit was DE omleiding van DE snelweg! Dit was de wegomlegging, er bleek een vrachtauto te zijn gekanteld! | |
File op de omleiding | Na ongeveer 15 km kwamen we in een file, die was ontstaan omdat er een bus met toeristen door een rioleringspijp was gezakt. Alle mensen stapten uit het was vies warm, zoals we dat in Nederland noemen, ongeveer 27 graden en heel vochtig. Na veel geduld, en dat hebben ze, de rust komt vanzelf over je, konden we na ongeveer 2 uur onze weg vervolgen. De rioleringsbuizen lagen langs de weg, ze gooiden zand, aarde en stenen op de plek des onheils en lieten er dan een paar auto’s overheen rijden, zodat het aangestampt werd. |
Lang leve de 4 wheel drive. Vlak voor ons zagen we de bus, alle mensen moesten eruit, na 2 uur, en daarna moest de bus 20 meter verder rijden passagiers inladen en gaan. Ondertussen stond er een politieman zich suf te fluiten, hij probeerde telkens 5 auto’s door te laten over de nieuwe zandberg, maar hij had veel assistentie van een aantal mannen en vrouwen, ieder met een ander doel. Chaos op de belangrijkste onverharde weg van Costa Rica. | |
Toen we eindelijk na 2,5 uur weer op de snelweg kwamen konden we maar langzaam opschieten. Er stond een stilstaande file van zo’n 15 km in tegengestelde richting. De plaatselijke bevolking en vrachtwagens zagen hier en daar een bekende en maakten een praatje. We waren blij toe we onze afslag ontdekten. Lekker even doorrijden. De weg was onverwacht nieuw. We genoten tot het plotsklaps na 5 km overging in een onverharde weg, we hadden nog 25 km te gaan. De kuilen waren hier dieper en de uitzichten mooier, we reden nu de bergen in. Gelukkig nauwelijks andere auto’s. 12 km voor Santa Elena hebben we een jonge vrouw met kindje en een meisje meegenomen. Zij stonden te liften in een dorpje van 5 huizen. Het is heel bizar je te realiseren dat dit het gewone leven is van deze mensen. Ze zien er westers uit, goed gekleed, wonen in golfplaten hutjes en zij zien dan mensen uit de hele wereld langs hun huisje rijden. Wij vonden het vroeger al bijzonder dat we Duitsers of Amsterdammers zagen, terwijl we 15 km van de grens woonden. | |
Onderweg hadden we een plaatsje bij een lodge besproken. | |
In Santa Elena zetten we de lifters af en Mart vroeg in een VVV waar we moesten zijn. We reden er zo naar toe. In Santa Elena was de weg verhard, maar de laatste 1500 meter was de weg weer onverhard en stijl. Een bord met “Welcome” hing boven de weg en het zag er erg parkachtig uit, de hortensia’s waren keurig langs de weg geplant net als de palmbomen. Ik was bang dat ik mij teveel een voorstelling van een bush had gemaakt. Ook bij de lodge zag het er erg gecultiveerd en westers uit. Toen we gestopt waren, het was inmiddels 18.00 uur hoorden we allerlei krekel en vogelgeluiden. Dit was waar we op gehoopt hadden. Het was ongeveer 20 graden en de zon ging precies onder. We hadden het op de valreep gehaald. | |
We kregen een huisje met 5 slaapplaatsen en mochten 2 nachten blijven. We genoten van eten uitzicht en geluiden. Om 21.00 lagen we op bed. | |




