18 mei 2008


San Gerardo de Dota.- Dominical


Gisteravond werd ik wakker om een uur of tien. Ik hoorde een heleboel geluiden. Ik meende zelfs een soort wolf te horen, verder hoorde ik apengeluiden. Toen ik later jongeren van het gezelschap dat gisteren was neergestreken hoorde, wist ik dat ik weer geen nieuwe ontdekking had gedaan.


Mart en ik werden vroeg wakker, we konden niet echt wennen aan de dekens. We hoorden dat de schoonmaakploeg naast ons al druk bezig was, het was 7.00 uur. We besloten ook maar eens op te breken, dan konden ze de kamer nog schoonmaken nu het nog niet zo warm was.

Na het ontbijt, weer buiten in het zonnetje kijkend naar de kolibries, hebben we de tas gepakt. Alles voelde klam aan. We vroegen ons af hoe het mogelijk was dat het helemaal niet muf rook in ons huisje. Ook de dekens en lakens, alles rook heerlijk fris. Het is duidelijk dat ze er alles aan doen om het de toeristen zo comfortabel mogelijk te maken op een prettige persoonlijke manier. Toen we weggingen zwaaiden ze ons nog net niet uit, maar Birgid gaf me nog een zoen als afscheid, Mart niet. Hoewel ik me verbeelde dat ze Mart erg leuk vond, haha, te laat, hij is van mij.


Tijdens het ontbijt heb ik uitgesproken dat ik het toch wel erg lang vind, drie weken. Ik kan bijna niet met droge ogen en zonder een brok in mijn keel aan kinderen en kleinkinderen denken. Mart vroeg zich af of het mijn schuld was dat we vroeger nooit langer dan één á anderhalve week van huis weg wilden. Misschien wel, maar Frankrijk heb ik toch ook maar mooi volgehouden. De schoonmaakploeg stond ons na te kijken en Mart ging de keuken nog even in om afscheid van de jongens te nemen. Behalve de kou (22 graden overdag, 12 graden ’s avonds), door het  vochtige klimaat, hebben we het hier heel fijn en goed gehad. Toen we wegreden vroeg ik me werkelijk af of we wel zo nodig weg wilden. Het is er zo mooi!


Nu was het niet regenachtig, de zon scheen en de weg was redelijk goed, sommige stukken geasfalteerd en andere stukken gewoon met grove stenen. Hier en daar een huisje en hier en daar lodges. Het dal was is 1955 ontdekt en er zijn van lieverlee steeds meer mensen gaan inzien dat het hier een ideaal klimaat is voor fruitteelt en forellen kweek. Verder is het een bijzonder gebied omdat hier de tamelijk zeldzame quatzall (vogel) voorkomt. De lodge waar wij zaten is de eerste in deze kloof en heeft een speciaal onderzoekscentrum voor de quatzall.

Toen we weer op de grote weg reden hebben we verschillende keren stil gestaan om van het uitzicht te genieten. We hebben diverse keren door de wolken gereden.


Toen we bij het plaatsje Dominical aankwamen zagen we al snel de Pacific kust. Het plaatsje bestond uit een ongeplaveid pad met daaraan een aantal huisjes, vooral allerlei soorten winkeltjes. Daarachter ligt het strand. We hadden ons weer laten verleiden tot het negeren van het bord dat naar onze lodge wees. Dus we reden het hele dorp uit. Bij het laatste hotel is Mart gaan vragen, ondertussen kwam er een man op me af met vaasjes. Ik vond ze wel lollig en heb mij er natuurlijk één laten aansmeren.


We moeten weer helemaal (ongeveer 1 km over erg hobbelige weg) terug, bijna tot aan de grote weg en zagen het bord dat weer naar ons  verblijf.

We reden nu langs een inham, een rivier die uitmondt in de oceaan, weg van het toeristische gebied en van het strand. Ik vond dat wel jammer, het leek me wel leuk zo dicht aan het strand te zitten.


Toen we uiteindelijk aankwamen waren we blij verrast over ons verblijf. We verblijven in een gebouw dat in vieren is gedeeld. Ieder appartementje heeft een slaapkamer en badkamer en de hoek( 5 bij 3) is overdekt, maar open, naar de buren zit een muur, maar naar de tuin hangt vitrage, zoals ik dat af en toe ook probeer te doen bij het huisje. En dat is onze woonkamer.  We kijken uit op een zwembad, dat hebben we meteen geprobeerd.


Nadat ik eerst heb getracht de verslagen en mail te beantwoorden. De mail heb ik wel kort beantwoord, maar de verslagen en de brieven die ik schreef konden weer niet verstuurd worden. De laatste dagen konden we dat niet omdat er geen verbinding was. Ik vond dat heel vervelend, omdat niemand weet waar we zijn.


Na het zwemmen is Mart het dorp gaan verkennen.  Na een kwartier trok het dicht en begon het te regenen. Mart had in het dorp

een internetcafé gevonden en ging even schuilen en verstuurde alsnog de verslagen. De regen hield niet op en hij ging toch maar naar huis. Doornat kwam hij hier aan. Hij genoot er zichtbaar van.


”Dit vind ik leuk, lachen”, zei  hij. De regen is een lauwe douche. Nu vier uur later regent het nog steeds en het ziet er naar uit dat dat voorlopig zo blijft. Het is nog 26 graden en de kikkertjes fluiten en kwakken om ons heen. Zojuist sprong er een boomkikker, een hele mooie bruine met grote ogen van ongeveer 8 cm op Mart zijn voorhoofd. Hij schrok zich een hoedje en riep mij om een foto te maken. Daarna sprong de kikker naast mijn laptop.


Het bleef de hele avond en nacht hozen. Het was wel een speciale ervaring buiten te zitten terwijl het zo regent. Het voelde echt exotisch. Met gordijnen afgesloten van de palmbomen op een met bamboemeubelen ingericht terras in een hangmatje liggend. Het was zo’n 28 graden, ideaal weer voor de kikkertjes. Ze sprongen vrolijk over het pad. Heel leuk om te zien. We zijn niet meer gaan zoeken naar een eettentje. Het eettentje hier op het terrein vonden wij niet uitnodigend genoeg en eigenlijk hadden we geen honger. Dat vinden we toch wel speciaal, dat we zo weinig behoefte aan eten of snoepen hebben.