14 mei 2008


Alajuela


Gelukkig, eindelijk weer lekker onder de deken kunnen slapen. Het was evengoed een lekkere temperatuur, zo’n graad of 20, maar gewoon lekker. Ik kon zelfs af en toe weer even tegen Mart aan liggen. Gisteravond hebben we even naar het nieuws op CNN gekeken, bizar dat er zulke rampen als de cycloon in Miyamar en de aardbeving in China kunnen plaatsvinden zonder dat je dat te horen of te zien krijgt. Er zijn meer dan 100.000 mensen bij omgekomen. Geen krant hebben we gezien, nauwelijks tv en de mensen hebben het niet de moeite gevonden om er met ons over te praten of wisten het ook niet. Het is wel bizar. Zo klein of zo groot is de wereld dus, het is maar hoe je het bekijkt.


Gisteravond hebben we nog even genoten van het prachtig uitzicht dat we hebben over San José vanuit ons raam, voordat we gingen slapen.


Vanmorgen werden we wakker, geen brulaap te horen, op onze vorige adressen waren ze in meer of mindere mate te horen. Ook de vogelgeluiden waren beduidend minder. Wel hoorden we af en toe een auto of motor. En om 4.30 uur hoorden we de schoonmaakster al bezig.

Nadat we hadden ontbeten zijn we naar de vulkaan Poâs gegaan, zo’n 25 km van het hotel.


Het was een prachtig ritje langs koffie- en aardbeienvelden. We reden de bergen door en stegen tot 2670 meter. De uitzichten waren geweldig. Toen we er aankwamen was het rustig, twee busjes voor ons. We hadden gelezen dat we vroeg hier moesten zijn, later op de dag trok de bewolking alles dicht en ook liever door de week. In het weekend trok de plaatselijke bevolking die kant op gewapend met radio’s en picknick manden. We hadden alles mee, goed weer, dus we hoefden geen jassen aan, ook daar was voor gewaarschuwd, het kon er erg koud zijn. Zo langzamerhand neigen we alle waarschuwingen niet erg serieus meer te nemen, tot nu toe alleen maar goede ervaringen. Ik moest nodig plassen en Mart pakte de spullen. Toen ik op Mart stond te wachten en hoorde dat de weg naar de vulkaan weliswaar geplaveid, maar 600 meter lang was, besloot ik i.v.m. mijn enkel die niet zo heel erg pijn meer deed, maar wel gevoelig, gebruik te maken van het aanbod dat ik kreeg om met een ambulance naar boven gebracht te worden. Onderweg heeft hij nog een vrouw die uitgeput op een bankje zat te wachten ook meegenomen. Het busje helde naar de kant waar de dame instapte. Toen ik uitstapte stond Mart al te wachten en maakte ik met de chauffeur een afspraak voor over een uur. Ik baalde dat mijn broek zo rot zat, maar we hadden zoveel om te zien dat ik het verder negeerde


We liepen 50 meter en roken de zwavel. Het was heel indrukwekkend om het melkgroene water in de krater te zien. Regelmatig ontsnapte er een warmtebel met zwaveldampen door het water en zag je de dampen ineens de krater vullen. Het water is overigens gewoon regenwater dat zo’n bijzondere kleur heeft door de mineralen die erin zitten. Ik ben daar een beetje blijven hangen en Mart heeft een wandeling om een andere krater gemaakt.


Daarna ben ik met de ambulance weer terug gebracht. De man zei geen Engels te spreken, maar vroeg waar ik vandaan kwam. Ik vertelde van “Ollande”. Toen begon hij een verhaal en opeens begreep ik dat hij het waarschijnlijk over koeien had. Ik zei: ”Si” en begon te loeien als een koe. De man lag helemaal dubbel en ook hij begon te loeien.

Voordat we weg gingen ben ik nog even naar mijn brillenpoot gaan kijken, die was ik kwijt had ik bemerkt bij de vulkaan. Ik ging gelijk maar even kijken wat er met mijn broek was, die zat nog steeds erg rot. Ik deed mijn broek uit en vond de brillenpoot in mijn onderbroek.

Toen ik het Mart vertelde bleef dat de grap van de dag.


Om 11.30 uur verlieten we het vulkaanpark en gingen naar de “Watervallen tuinen” kijken. Er kwam daar juist een bus met Hollanders aan. Zij hadden, bleek later, anderhalf uur de tijd om de tuinen/dieren tuin met Costaricaanse dieren en de Watervallen te bekijken. We dankten God op de blote knieën dat we dit op ons eigen tempo konden doen. De toegangsprijs was overigens niet mis, $32 p.p. Maar er was zoveel moois te bekijken. Met name de vlindertuin en kolibriebar vonden we geweldig. Ook de aanleg van het vogelhuis sprak ons erg aan. Ik mocht, om 3.30 uur, toen de meeste mensen weer weg waren en de suikerwaterbloempotjes voor de kolibries werden afgedekt, een bloemetje in de handen houden en ze kwamen toen uit mijn hand eten. Geweldig! Ik werd naar een plateau gebracht met een golfkarretje en daarna werd ik daar, 4 uur later toen ik aangaf dat ik weer opgehaald wilde worden, ook weer opgehaald.

Toen we bij het hotel kwamen heeft Mart mijn brilletje met een veiligheidsspeld gemaakt.