12 mei 2008 |
Boca Tapada |
Gelukkig Mart heeft de autosleutels terug gevonden. Maar we konden niet meer verder slapen. De hele nacht hebben we liggen woelen vechten om een stukje laken en ondertussen bezorgd dat ons muskietennet open zou gaan. We waren ook gewaarschuwd dat we ’s nachts bezoek zouden kunnen krijgen van een vleermuis. We hoorden en zagen hem niet. En ook nauwelijks muggen of ander ongedierte. We zijn al vroeg op de waranda gaan zitten en genoten van de temperatuur. Het was maar 26 graden om 7.30 uur hebben we ontbeten. Het zag en niet zo luxe uit, maar alles zat erop en eraan. Alleen geen pinta. |
Daarna vertelde Cindy dat ze bedacht had dat ik in de tuin van de naburige lodge kon gaan zitten. Je weet niet wat je je erbij moet voorstellen, maar het overtrof mijn verwachtingen. Er waren twee open huisjes, één aan het water en de ander boven het water, een groot meertje. Ze waren open en er stonden bankjes en ligstoelen. Ik zou het daar wel een poosje uithouden. Het was geen tuin te noemen, het was gewoon een stukje regenwoud. Ik ben daar lekker gaan liggen en Mart is met Cindy gaan lopen. Na twee en een half uur kwamen ze terug. Ze hadden veel gezien, kikkertjes, vogels, planten en hun toepassingen en ook een slang. Cindy was er bijna op gaan staan. Het bleek de meest giftige slang van de omgeving te zijn. Toen ze terugkwamen hebben we kokosnoten uit de boom geslagen en met een groot kapmes een gat erin gemaakt. Cindy had rietjes bij zich. Het was wel apart om dat mee te maken. Die nacht was er veel vocht neergeslagen, nu om 13.00 uur was het gras nog steeds vochtig terwijl het inmiddels 35 graden was. |
De hele middag heb ik me rot gevoeld. Ik heb veel gedronken. Mart kon het beter aan, hoewel hij het ook erg warm had. We sprake twee Duitse toeristen, tijdens het diner, dat uit twee gangen bestond en door de 65 jarige eigenaar Marco was klaargemaakt. Marco is getrouwd met de 25 jarige Marie José. Samen hebben zij een tweejarig zoontje. |
De Duitsers hadden overnacht in Alajuela, een plaats dicht bij San José. Het was daar koel en mooi volgens hen. Wij hadden een poosje gezocht hoe we naar San Gerardo de Dota konden komen, 80 km ten zuiden van San José. We kregen de tip van Thomas, het zou daar werkelijk ook de moeite waard zijn. Het is een lodge op 2000 meter hoogte in een weinig toeristisch gebied. Er wordt gewaarschuwd dat het daar koud kan zijn. Maar op dit ogenblik kan het mij niet koud genoeg zijn. Dus we besloten langs Alajuela te gaan. |
Mart wilde hier, in Boca Tapada, voor twee nachten blijven. Ik vond dat te kort, alleen ik wist toen nog niet dat ik zo’n last van deze hitte zou hebben. Ik baal er werkelijk van, het is hier zo mooi, echt een hemel op aarde. Ik zou daar nog langer van willen genieten, maar dit voelt niet goed. We zullen zien. Hoe ik me daar zal voelen, we hebben nog 10 dagen. Tijdens het eten komen er weer tientallen kevers van anderhalve cm op het licht af. Marco zegt dat die er alleen in mei zijn, zoals onze meikever. Het Duitse meisje gruwelt ervan. Mart pakt ze op en doet ze in zijn glas. Binnen een paar minuten heeft hij er al een stuk of 15 gevangen en zit zijn glas al voor 1/3 vol. Daarna laat hij ze los zoals een goed dierenliefhebber betaamd. |
Na het eten gaat Mart terug naar ons huisje, ik blijf liever op het eetterras zitten. Mart wil in het donker voor ons huisje zitten, ter voorkoming van de muggen, torren en motjes etc. geen licht. Net als hij weg is komt er een hele grote kikker tevoorschijn hij eet alle torren op die op de grond liggen. Even later komt Mart terug, hij vertelt dat hij het huisje niet meer open krijgt. Marco gaat mee en forceert een van de luxaflexachtige raampjes. Hij breekt in en maakt de deur open. Iemand, ik dus, had een palletje ingedrukt, en als je dat deed kon je de deur niet meer ontsluiten. Toen ik terug kwam hebben we nog even buiten gezeten en om 21.00 uur hebben we de klamboe weer geïnstalleerd en zijn gaan slapen. |



