11 mei 2008 |
La Fortuna – Boca Tapada |
We gaan weer eens verhuizen. Ons luxe onderkomen verwisselen voor een eenvoudige lodge. De luxe was niet echt aan ons besteed, het was leuk om een keertje meegemaakt te hebben, maar airco, een zwembad en een onpersoonlijke bediening, nee dank, daar voelen we ons te goed voor. |
Na een super de luxe ontbijt, mat allerlei variaties wat betreft ei en veel verschillende soorten cornflakes vertrekken we om 8.30 uur. Het is een zwaar bewolkte dag met temperaturen rond de 27 graden. We hadden er niet veel erg in, want onze fan hield ons redelijk koel. Helaas hebben we de vulkaan niet in het donker onbewolkt gezien, want dan hadden we kunnen zien dat hij actief is. |
We gingen eerst geld halen, het is dan wel zondag, maar alles is gewoon open, daarna extra sap voor onderweg of voor onze nieuwe locatie en benzine tanken $ 1.10 per liter. Er wordt aangeraden om te zorgen dat je altijd met volle tank rijdt, omdat het mogelijk is dat je voorlopig geen tankstation tegen zou komen. Daarna kon onze reis beginnen. Er was ons gewaarschuwd dat de weg erg slecht zou zijn de laatste 25 km, maar dat was een latere zorg, nu was de weg prachtig en er waren weinig mensen/auto’s. We genoten. Koffie gedronken, gestopt voor een paar gieren en ananasplantages. Toen we om 12.30 uur DE weg bereikten, hadden we nog een soort arrogantie over ons. Pff, alsof wij nog niet eerder zoiets hadden meegemaakt. De weg naar en van Monteverde was minstens zo slecht. De bewolking was weggetrokken en de wegen waren lekker vochtig, geen stofwolken. De wegen bestonden uit klei, keien en gaten, en keien, klei en gaten. |
Om 13.45 uur kwam de lodge in zicht. Al die tijd moesten we maar raden of de weg de goede kant op ging. De mensen aan wie we het vroegen, kenden hun eigen plaats, maar waar de weg naar toe ging? Soms hielpen we ze door te vragen Boca Tapada? En dan de armen in de lucht te steken. We spraken het natuurlijk niet goed uit, maar na even overleggen besloten de jongens ons te zeggen dat het goed was. Dus wij vervolgden de hobbels en bobbels en ineens zagen we een prachtig luxe bord ”Pedacito De Ciello” niet hoe we nu verder moesten, maar we waren in de buurt. Na ongeveer 7 km zagen we een afslag met nog meer kuilen en modder, heuveltje op heuveltje af. We reden op echte chamotte klei. De mensen leken hier echt arm, als we de koeien in een schuurtje hadden, zoals de mensen hun huisje hadden, dan had de dierenbescherming op de stoep gestaan. Langs de hele weg waren dit soort optrekjes in dorpjes, afgewisseld met luxe fincas, boerderijtjes, waar de mensen waarschijnlijk werken. |
Ik heb het er wel een beetje moeilijk mee; komen we daar geld uitgeven in één dag, waar zij waarschijnlijk weken voor moeten werken. We houden ons maar voor dat als er geen toeristen waren, geen werk was. We zien dat er erg veel mensen leven van de toeristen. |
Als we uiteindelijk om 2 uur aankomen, zien we prachtige houten huisjes gebouwd over de afgrond, boven de weg. We parkeren en maken de deur open. Who…. Wat een warmte. Later zal blijken dat het zo’n 33 graden is. We worden ontvangen door Cindy, een blonde Française van begin 20. Zij ontvangt ons omdat Marco geen Engels spreekt. Cindy, werkt hier voor kost en inwoning en bestudeert papagaaiachtigen. Ze studeert in Guadaloupe, maar loopt hier stage van 5 maanden. |
Toen we een biertje dronken in afwachting tot onze kamer in orde was gebracht, konden we op een veranda zitten. We zagen al heel snel de eerste leguanen in de boom, daarna agames en veel vogels. Een waar paradijs, 15 km ten zuiden van Nicaragua. Toen we onze cabana te zien kregen waren we helmaal verrukt. Geweldig uitzicht over de San Carlos, het hele huisje was gebouwd van takken en hout. Prachtig, geen warm water, zelfs helemaal gaan water vertelde Cindy, of dat een bezwaar was. Helemaal niet, we kregen een grote kuip met water, en we konden nog meer krijgen. Mart zag de voordelen gelijk, het water kon opwarmen, dat wil wel bij 33 graden. |
Na een half uurtje bleek ik toch wel erg verwend, ik miste de airco, of in ieder geval de fan. Ik kon geen kant op. De warmte kon ik bijna niet aan, ik kon niet slapen en niet buiten zitten. Ik wilde liggen, maar dat was niet mogelijk. Op het gazon liepen teveel mieren en ander ongedierte. Na een paar uur werd het wat minder warm, 30 graden, we gingen eten en smeerden ons voor het eerst in met deet, anti-insektenspul. De zaal waar we aten was helemaal open en de torren, kevers en vlinders, motten en al het ander ongedierte kwam op het licht af. Ondanks alles genoten we van alles, we waren de enige gasten en we konden alles vragen aan Cindy en Marco. Morgen gaat Mart een voettochtje maken, met Cindy. Toen we weer in ons huisje waren was het stikkedonker. Mart bleek de autosleutels kwijt te zijn. We hebben alles afgezocht en besloten uiteindelijk te wachten tot morgenochtend. We sliepen wat minder, omdat we gewaarschuwd waren voor diefstal, zeker wat de auto betreft. We sliepen slecht, en die morgen om 5.00 uur stond Mart op haalde weer de hele tas leeg, en daar lag hij op de bodem. |



